Ingmar Heytze

Ingmar Heytze  is een Nederlandse dichter en schrijver.

Heytze begon op 15-jarige leeftijd met dichten.
Hij studeerde Algemene Letteren  in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde hij met De allesvrezer en trad  op tijdens de Nacht van de Poëzie. In het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste huisfilosoof van het Utrechtse Centraal Museum.

In 2001 verschenen zijn verzamelde gedichten 1991-2001 in de bundel ‘Alle goeds’. De daaropvolgende bundel ‘Het ging over rozen’ werd in 2002 gelanceerd met een publiciteitsstunt: de bundel werd nog voor het verschijnen van de gedichten in een oplage van 130.000 exemplaren gepubliceerd als apart katern bij het Utrechts Nieuwsblad.

Als freelance journalist werkte Ingmar voor talloze kranten en magazines: Het Algemeen Dagblad, waarin hij sinds 1999 in de Utrechtse editie wekelijks een column schrijft, De Volkskrant, KIJK, Onze Taal, Rails en het CJP Magazine.

Heytze rekent men tot de zogenaamde Utrecht Maffia, een groep van Utrechtse schrijvers en columnisten, waartoe ook Manon Uphoff, Ronald Giphart, Jerry Goossens en Jack Nouws gerekend worden. Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw kwam deze groep schrijvers onregelmatig samen in Theatercafé De Bastaard. Het bestaan van deze groep is door de leden altijd ontkend.

In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.

In 2009 werd Heytze unaniem door de Utrechtse gemeenteraad benoemd tot eerste officiële Utrechtse stadsdichter.

Ingmar maakt deel uit van de band Asfaltfeeën, een samenwerking tussen bassist Cor van Ingen en Ellen Deckwitz. Daarnaast tourde hij afgelopen seizoen met Hans Dorresteijn en Vrouwkje Tuinman met de voorstelling ‘NEUROSEN en andere hobby’s’ door heel het land. Momenteel werkt hij aan een boek over Wim T. Schippers.

Het kostte Ingmar tien jaar om de wereld ervan te overtuigen dat hij werkelijk een reisfobie had en daarna nog eens tien jaar om uit te leggen dat hij inmiddels is genezen.